Over de Week tegen Kindermishandeling

In 2021 vindt de Week tegen Kindermishandeling plaats van maandag 15 tot en met zondag 21 november. 

In 2020 vond de Week tegen Kindermishandeling plaats van maandag 16 tot en met zondag 22 november. Dit jaar was het thema ‘Leren van elkaar’.

Kindermishandeling is een complex en hardnekkig probleem. Daarom staan in de Week tegen Kindermishandeling een jaar lang de verhalen van professionals, ouders en kinderen die zich geconfronteerd zagen met kindermishandeling, centraal om te leren van elkaar.

Ondanks vele campagnes, interventies en beschikbare kennis blijft het aantal slachtoffers van kindermishandeling te hoog. En toch is onze gezamenlijke inzet meer dan de moeite waard, omdat we het er allemaal over eens zijn dat elk kind recht heeft op een veilig thuis!

Professionals, ouders en kinderen die zich geconfronteerd zagen met kindermishandeling delen dit jaar hun verhaal. Door inspiratie te halen uit hun ervaringen over wat hen heeft geholpen, ervan te leren en te kijken hoe we deze inzichten optimaal kunnen benutten, werken we er samen aan dat steeds meer kinderen veilig, gezond en kansrijk kunnen opgroeien.

Waarom is er een Week tegen Kindermishandeling?

In Nederland groeit circa 3 procent van alle kinderen op in onveilige gezinssituaties. Samen hebben we een belangrijke verantwoordelijkheid om de veiligheid van deze kinderen te vergroten. In de Week tegen Kindermishandeling wordt niet alleen aandacht gevraagd voor de aard en omvang van het probleem, maar vooral ook voor wat we kunnen doen om de aanpak van kindermishandeling te versterken. Dit doen we door te leren van 30 ervaringsverhalen van professionals, ouders en kinderen.

Over welke vormen van kindermishandeling gaat de Week?

De ervaringsverhalen en activiteiten in de Week kunnen betrekking hebben op alle vormen van kindermishandeling, of het nu verwaarlozing, mishandeling of seksueel misbruik betreft. Of dat kinderen getuige zijn van huiselijk geweld. Lees meer over kindermishandeling.

Wat gebeurt er in de Week?

Vanaf de Week van 2019 én dit hele jaar kwamen diverse ervaringsdeskundigen aan het woord. Hierbij deelden zij ervaringen die aanzetten tot denken en vragen om duiding, waarbij wordt gekeken naar wat de ervaringsdeskundigen heeft geholpen, hoe dat kwam én wat we daarvan kunnen leren.

In de Week vonden daarnaast diverse activiteiten plaats. De activiteiten werden op lokaal niveau georganiseerd door uiteenlopende organisaties die contact hebben met kinderen en ouders. Zij lieten bijvoorbeeld zien hoe zij omgaan met vermoedens van kindermishandeling. Of ze gingen in gesprek met elkaar en anderen over dilemma’s en wisselden ervaringen uit.

Tijdens de Week was er ook aandacht via een (social media) campagne voor het thema leren van elkaar, de ervaringsverhalen en de activiteiten.

Wat kan ik in de Week doen?

Zoals elk jaar kun je een activiteit organiseren, bijeenkomsten bijwonen en de Week tegen Kindermishandeling onder de aandacht brengen via je sociale media-accounts waar je gebruik kunt maken van de hashtag #weektegenkindermishandeling.

Jouw bijdrage gaat echter nog verder. Het afgelopen jaar werden namelijk 30 persoonlijke verhalen gedeeld, die een verschil hebben gemaakt in het leven (en werk) van professionals, ouders en kinderen die met kindermishandeling te maken kregen. Ook zijn er podcasts te beluisteren waarin vier van de verhalenvertellers geïnterviewd worden. #lerenvanelkaar blijft hierin de gekoppelde hashtag.

Wat levert de Week op?

Door de Week is er elk jaar extra veel aandacht voor het onderwerp kindermishandeling en huiselijk geweld. Zowel in de diverse (social) media als op veel locaties in het hele land. De Week dient als extra stimulans om iedereen (opnieuw) te laten inzien dat ze een verschil kunnen maken voor een kind dat in de knel zit.

Door wie wordt de Week georganiseerd?

De Week startte in 2013 op initiatief van de Taskforce Kindermishandeling en Seksueel Misbruik, eerst onder de naam de Week van Kinderen Veilig. Nadat de Taskforce zijn werkzaamheden in 2016 beëindigde, hebben de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Justitie en Veiligheid (JenV) het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en Movisie gevraagd om de organisatie van de Week op zich te nemen.