“Door er niet over te praten, verandert er niets voor het kind”

Iedere professional die dagelijks met jeugdigen te maken heeft, maakt het helaas in meer of mindere mate mee: mogelijke signalen van kindermishandeling. Dan is het belangrijk er over te praten. Want praten kan op meerdere manieren voor begrip, verlichting en mogelijke oplossingen zorgen. Twee professionals, Marleen Verstijnen en Ivo Ederer, beiden procesregisseur Plus bij team Jeugd van de gemeente Breda en vanuit die rol aandachtsfunctionaris Huiselijk geweld en kindermishandeling, vertellen over hun ervaringen hiermee. En hoe professionals het gesprek kunnen aangaan om de signalen die ze opvangen om te zetten naar passende acties.

Praten is moeilijk

Een gesprek over of met kinderen over mogelijke signalen van onveiligheid is in veel gevallen ingewikkeld. Toch is het belangrijk het gesprek wel aan te gaan. Marleen: “Enerzijds is het belangrijk om de signalen die professionals hebben, te toetsen en te wegen met een collega of een aandachtsfunctionaris, zoals wij. Ik merk dat we daarin door hen gevonden worden, zodat men beter kan besluiten welke stappen er ondernomen moeten worden.” 

De meeste spanning ontstaat in het gesprek dat daarop volgt, namelijk met de ouders en de jeugdige, weet Marleen uit ervaring. “We horen heel vaak terug dat professionals die dit gesprek willen voeren, bang zijn dat hun vertrouwensband met de jeugdige of de ouders wordt geschonden als ze gaan praten over de signalen die er zijn opgevangen. Zo is men bang dat als de situatie kenbaar wordt gemaakt, ze niet meer welkom zijn bij het gezin En ze daarmee ook het zicht op de thuissituatie van dit betreffende kind kwijtraken.”

Doel voor ogen houden

Bij een dergelijke situatie, die veel professionals herkennen, is het zaak het doel van het gesprek voor ogen te blijven houden. Ivo: “Het doel is immers de cirkel van geweld, verwaarlozing of alle andere vormen van mishandeling van het kind, te doorbreken. Door er niet over te praten, verandert er niets voor het kind, en dat wil je niet. Soms bekruipt bij professionals ook het gevoel dat het melden en er over praten toch niets oplevert. Dan is het goed te weten dat iedereen – welke schakel dan ook – het verschil kan maken en het proces rondom de meldcode uit te leggen.”

Gesprek voeren

Belangrijk is dat zo’n gesprek goed voorbereid wordt, en als het kan ook niet alleen wordt gevoerd. Marleen: “Zorg ervoor dat je dat gesprek samen met een collega voert. Denk aan een intern begeleider voor leerkrachten op school. En vergeet niet: dit soort gesprekken voer je niet van de een op de andere dag, daar is een heel proces aan vooraf gegaan. De signalen die je in dat proces hebt opgevangen kun je gaandeweg goed wegen. Wat zijn acute problemen, en wat is structureel? Als je dat goed meeneemt in het gesprek, dan voelt een ouder of jeugdige zich meer senang in het gesprek. En dat men ook inziet dat er over praten in het belang is van het kind.”

Onderbuikgevoel

Ook bij het kind is er op het moment dat de signalen worden geuit vaak al langer sprake van mishandeling, vertelt Ivo. “Die signalen kunnen kleine gedragsveranderingen zijn, zoals heel erg boos worden of zich meer terugtrekken in de groep. Ook terugval in zindelijkheid zou een signaal kunnen zijn. De moeilijkheid is dat dergelijke signalen niet hoeven te beteken dat er kindermishandeling gaande is; er kunnen allerlei oorzaken voor zijn. Maar naar het onderbuikgevoel dat het niet oké is moet je luisteren en onderzoek doen. Tegelijkertijd moet je je deur openhouden en die veilige plek blijven bieden voor het kind.” Marleen voegt daar aan toe: “Het is zaak dat je die signalen goed noteert en feitelijk maakt. Zodat als je er over gaat praten, je daar op kan terugvallen.”

Het verschil maken

Over signalen van kindermishandeling praten kan verlichtend werken, ondersteunend zijn, en uiteindelijk tot oplossingen leiden. Praten maakt hoe dan ook het verschil, weet Ivo. “Deze week hadden we nog zo’n verhaal. Een situatie die nu goed in beeld is gebracht door Veilig Thuis door een docent die erg goed heeft gehandeld. Het gaat over een moeder die door omstandigheden onvoldoende beschikbaar bleek voor haar kinderen. Een van de kinderen – 12 jaar is ie – kwam al een tijd niet meer op school. Nu had die docent kunnen denken na de eerste melding bij Veilig Thuis: dat wordt nu opgepakt door bijvoorbeeld de leerplichtambtenaar. Maar het kind bleef niet op school komen, dus de docent is aanhoudend met Veilig Thuis in gesprek gegaan en heeft meerdere meldingen gedaan. Iedereen kan dus het verschil maken. We komen hier zeker bij hem nog op terug om hem een pluim te geven voor het blijven melden.”