In gesprek met: Arjan de Roon

“Hulpverlening is vooral goed luisteren, verbinding maken en niet oordelen. Maar ook handelen indien nodig”, zegt Arjan de Roon, medewerker bij Veilig Thuis in regio Gelderland Midden. Arjan kent het systeem door en door en vertelt in een openhartig gesprek over de werkzaamheden – en verbeterpunten – van hulpverlening bij kindermishandeling.

Veilig Thuis biedt advies en ondersteuning aan mensen die te maken hebben met een onveilige thuissituatie. Dit kan gaan om kindermishandeling of huiselijk geweld onder eigen dak, maar ook om vermoedens of zorgen hierover bij omstanders.

Voor Arjan begint alles bij concretisering van het probleem: “Kindermishandeling is een containerbegrip geworden. Het is zeer veelomvattend en daarom niet altijd heel veelzeggend. Mijn stelling is: kindermishandeling is meer dan de afwezigheid van veiligheid. Een kind kan veilig zijn thuis, maar toch bedreigd worden in zijn ontwikkeling en andersom, dat zijn twee verschillende dingen.”

Hiermee wil Arjan zeggen dat mensen met gezinsproblemen niet per se direct een hulptraject in hoeven te gaan, maar ook op de omgeving kunnen leunen. En andersom, dat sommige gezinnen hier weer een extra helpende hand bij nodig hebben. Hulpverlening is dus maatwerk.

Hulp, dichterbij dan je denkt

“Waar wij vooral een verschil in maken, is het monitoren van hulpbehoevenden en het gericht doorverwijzen naar een passende hulpverlener, wanneer dit nodig is. We erkennen en herkennen stressoren en streven ernaar deze weg te halen of op zijn minst te verminderen. Dit is een langdurig proces, want onveiligheid is niet snel op te lossen”, legt Arjan uit. “Eigenlijk helpt Veilig Thuis bij acute onveiligheid, die naar stabiele veiligheid moet. En dit vergt een lange adem.”

Veilig Thuis wil hulp vooral in vrijwillig kader houden en tot nu toe lukt goed. “Volgens mij kan hulp vooral ook komen van familie en vanuit het persoonlijke netwerk. Van mensen die een gezin echt kennen of steunen.”

“Zo kunnen ervaringsdeskundigen vaak veel meer bereiken bij ondersteuning in praktische zin, ze zijn een noodzakelijke aanvulling op de beroepskrachten. JIM, Jouw Ingebrachte Mentor, is ook een goed voorbeeld van een ondersteunende hulpkracht. En dan is er nog de Kindertelefoon, die vaak een eerste opstap biedt naar hulp.”

Laagdrempelige hulp

Laagdrempeligheid is een factor die van belang is voor Veilig Thuis. Voor veel gezinnen is het lastig om hulp te zoeken en problemen te delen met derden. Schaamte en angst spelen hierbij vaak een rol, net als een gebrek aan kennis. Daarom is de rol van de lokale instanties waarmee gezinnen veel contact hebben, zoals huisartsen en scholen, van groot belang.

“De meest laagdrempelige hulpverlening is voor veel mensen toch wel de huisarts, een POH-GGZ (praktijkondersteuner in de geestelijke gezondheidszorg, red.) of het consultatiebureau via school. Hier werken wij nauw mee samen. Daarnaast willen wij weerstand wegnemen door makkelijke chatsessies aan te bieden. Dat is wel succesvol.” Het is een werkwijze die volgens Arjan zowel plus- als verbeterpunten heeft. Door gericht samen te werken met de juiste organisaties, krijgen mensen hulp op maat en op vrijwillige basis.

Ruimte voor groei

Hoe graag je als organisatie ook klaar wil staan voor anderen, in de praktijk heb je altijd te maken met obstakels. Ook Arjan ziet de eigen rol wat dubbel: “Veilig Thuis is voor een hoop mensen een grote organisatie, die ook blauw is van kleur, net als de politie. Uiteraard werkt Veilig Thuis hier ook weleens mee samen, maar soms kan dit angst teweegbrengen, dat Veilig Thuis daar een verlengstuk van is.”

Dit gaat in tegen de vrijwillige basis waar Arjan groot voorstander van is. Angst voor melding staat voor veel mensen in de weg om hulp te zoeken. Dit hangt samen met meldcodes binnen bepaalde beroepsgroepen. Dit soort codes zijn noodzakelijk, maar het is volgens Arjan noodzakelijk dat hulpverleners zelf na blijven denken én het goede doen. “Dat zijn twee verschillende zaken. Hulpverleners moeten zich niet achter hun meldcode verstoppen.”

“Hulpverlening is ook vooral goed luisteren, verbinding maken en niet oordelen. Maar ook handelen indien nodig.”

Ook omstanders kunnen mensen in een moeilijke situatie helpen. Hulp zoeken en inschakelen kan, maar persoonlijke hulp of een luisterend oor bieden, is soms al enorm behulpzaam.

“Omstanders kunnen passief ondersteunend zijn, door te luisteren en niet gelijk oplossingen aan te dragen. Ook al is dat laatste goed bedoeld, soms is een luisterend oor bieden zonder te oordelen al heel wat. Ook vragen of je ergens bij kan helpen, kan een uitweg bieden.”

Luitsteren, verbinden, handelen!

Het blijft aftasten, maar helemaal niets doen kan niet. Arjan weet het treffend te brengen: “Hulpverlening is vooral goed luisteren, verbinding maken en niet oordelen. Maar ook handelen indien nodig. En niet alleen in de Week tegen de Kindermishandeling, maar altijd!”

Download dit verhaal als pdfGa terug naar het verhalenoverzicht