Samen met ouders in gesprek om patronen te doorbreken

Esther Soeters werkt als jeugdprofessional bij de gemeente Halderberge. Ze heeft een achtergrond in de kinderpsychiatrie en helpt vanuit haar functie ouders met vragen over kinderen rondom opvoeden en opgroeien. Dit kan variëren van een simpele opvoedvraag tot aan zorgen over of vermoedens van kindermishandeling of seksueel misbruik. “De belangrijkste stap in iedere casus is het gesprek aangaan met ouders. Alleen door erover te praten, kunnen er bepaalde patronen doorbroken worden.”

Als jeugdprofessional komt Esther in aanraking met allerlei gezinnen die hulp vragen rondom opvoedvraagstukken. Kindermishandeling hoeft niet altijd een rol te spelen. Als het wel een rol speelt, kan het gaan over vermoedens van kindermishandeling. Soms wordt de mishandeling bevestigd door de ouders. “Hier ga ik dan samen met de ouders mee aan de slag,” aldus Esther.

Het gesprek 

Esther benadrukt dat het binnen haar functie gaat over vrijwillige hulpverlening. Dit betekent dat ouders het probleem erkennen en geholpen willen worden. “De gesprekken die ik voer zijn meestal met ouders en/of kinderen zelf of met bijvoorbeeld een school of kinderopvang. Scholen komen naar ons toe als ze vermoedens hebben dat er iets mis is in de thuissituatie van een kind.” Maar ouders worden na zo’n gesprek met school of de kinderopvang vrijwel altijd betrokken om samen te praten over het probleem. Esther: “Vervolgens wordt er in gezamenlijkheid gekeken naar veiligheidsafspraken die we kunnen maken of welke behandeling we kunnen inzetten om de ouders en het kind te helpen.”

Een lastig onderwerp

Ook Esther merkt dat kindermishandeling niet altijd een makkelijk onderwerp is om over te praten. Vooral scholen vinden het ingewikkeld om in actie te komen. Zij zijn vaak bang dat de veilige haven op school voor het kind verdwijnt, zodra het probleem bespreekbaar wordt gemaakt. Esther: “Ze vrezen dat het gesprek aangaan dan meer kwaad doet dan goed. Een manier om hier mee om te gaan, is benadrukken dat het gesprek niet aangaan het kind al helemaal niet helpt. Want als we niets doen, verandert er niets in de situatie van een kind en groeit het op in onveiligheid. Als ik dit vertel, zijn de meeste partijen het er wel over eens dat het gesprek gevoerd moet worden.”

Opluchting

Esther vervolgt: “Wat mij vaak opvalt in gesprekken met ouders is de opluchting. Het klinkt heel gek, maar ouders zijn vaak heel erg opgelucht dat het eindelijk een onderwerp van gesprek mag zijn en dat ze niet het gevoel hebben dat ze veroordeeld worden.” Volgens Esther ligt er achter kindermishandeling vaak een onderliggend probleem dat moet worden aangepakt: “Geen enkele ouder krijgt kinderen vanuit de behoefte om deze te mishandelen. Daar ligt vaak iets anders achter. Een gesprek kan dan helpen om een patroon te doorbreken.”

Tweeledige functie

Daarnaast merkt Esther op dat niet iedereen altijd meteen doorheeft dat iets kindermishandeling is. Of ouders weten niet hoe ze op een andere manier hun kind kunnen corrigeren. “De functie van een gesprek met ouders is dan tweeledig. Ten eerste kan er in een gesprek door jeugdprofessionals worden uitgelegd waarom iets kindermishandeling is en wat voor negatieve effecten dit kan hebben op de ontwikkelingen van een kind. Vervolgens kunnen er handvatten worden aangereikt voor alternatieve manieren om kinderen te corrigeren zonder dat daar geweld voor nodig is. Het gesprek met ouders vervult hierin een sleutelrol voor jeugdprofessionals om op lange termijn het verschil te maken.”