Er is geen methode. Je moet praten, luisteren, er zijn!

“We merken dat kindermishandeling een lastig onderwerp is. Voor docenten maar ook voor jeugdprofessionals. Aan het woord Maaike Arnoldus en Isabelle Sioen, beide jeugdprofessionals bij CJG Drimmelen Geertruidenberg. “Professionals willen weten welke methodiek ze moeten toepassen. Maar daar gaat het niet om bij kindermishandeling. Je moet juist praten met elkaar, luisteren en er zijn.”

Een spannend onderwerp

Maar juist dat gesprek aangaan vinden veel professionals lastig. Zij hebben de zorg dat zij er meer mee verliezen dan winnen. “Wat wij steeds terug horen is dat professionals  het toch spannend vinden. Er is een vertrouwensband en wat gebeurt er nu als ik dit negatief onderwerp ter tafel breng? Raken we ze dan kwijt, is het vertrouwen dan weg, kunnen we dan nog wel binnenkomen, maken we het niet erger?”

Vanuit nieuwsgierigheid

Maar de vraag is of het wel een ongemakkelijk gesprek moet zijn. Maaike en Isabelle vinden van niet. “Professionals gaan heel vaak het gesprek aan vanuit het idee dat ze kindermishandeling moeten vaststellen. Maar je bent geen detective. Het is je taak  om de signalen rondom veiligheid te bespreken. En als je dat doet vanuit nieuwsgierigheid, vanuit een open houding en benoemt wat je ziet, dan ontstaat er een dialoog in plaats van een verhoor. Dan geef je ook het signaal af dat je iemand ziet en biedt je ruimte aan de ander om zich te uiten.” 

Dialoog en samenwerking

Dat verschil tussen de oren krijgen is ingewikkeld. “Want we hebben als professional toch allemaal de neiging om het te gaan oplossen, om het kind te gaan beschermen. Dat willen we allemaal. Maar dat is primair de verantwoordelijkheid van een ouder. Vanuit de dialoog kun je wel verder bouwen aan wat nodig is. Kun je een samenwerkingsrelatie opzoeken, in plaats van jij tegen de ander. Met een vertrouwensband alleen kom je er niet. Je moet de samenwerking hebben. Die is nodig om de ander in beweging en in actie te krijgen zodat deze zelf kan werken aan oplossingen.” 

Do’s & dont’s

Hoe ga je dan zo’n gesprek of eigenlijk dialoog en samenwerking aan? Wat is helpend daarbij? Maaike en Isabelle geven aan dat professionals vaak met een bepaald vooroordeel (eigen waarden en normen) het gesprek aangaan. “Daar moet je overheen stappen en zoveel mogelijk van weg blijven. Je moet onbevooroordeeld het gesprek aangaan. Juist om meer informatie te verzamelen en met elkaar op zoek te gaan naar wat er nu precies speelt. Niet om te checken of er sprake is van kindermishandeling. Neem nooit het woord kindermishandeling in de mond bij signaalgesprekken.”

“Het helpt om  de casus of situatie te bespreken met collega’s en ketenpartners. Dat je samen met  elkaar kijkt of er wat aan de hand is en wat de signalen zijn. En houd het zo objectief mogelijk door te benoemen wat je ziet. Zeg: het valt me op dat, zie jij dat ook, herken je dat, gebeurt het vaker? Niet: jij verwaarloost je kind!”

Stel niet uit 

Een andere stelregel of tip is het direct benoemen van wat je ziet of waarneemt. “Als je iets ziet, geef het dan ook direct terug. Je zit aan tafel en ruikt alcohol, dan kun je dat benoemen. Goh, ik ruik alcohol, klopt dat? In plaats van er later op terug te komen en te zeggen dat je toen, en toen dacht alcohol te ruiken.”

“Als je benoemt, wat je opvalt ontstaat er een gesprek. Dat kan ook bij de deur zijn. Je hoeft niet gelijk een zwaar gesprek te voeren. Juist door vroegsignalering en het benoemen van kleine dingen kom je tot een gesprek, en een dialoog. Door niets te zeggen maak je het alleen maar erger. Je doet het kind juist meer schade door de situatie vanuit goedbedoelde intenties niet te bespreken.”

Het loont echt

Het bespreekbaar maken loont echt. Voorbeeld wordt aangehaald van een situatie waarin er zorgen waren over de rol van de vader in een gezin. “We waren benieuwd hoe dat gesprek zou gaan verlopen. Daar hebben we ons echt wel zorgen over gemaakt. Ook over onze eigen veiligheid. Want er was al eerder gebleken dat vader uit de slof kon schieten. Maar we hebben echt gezegd: ‘Dit zijn de dingen die we zien. Wij hebben dan de angst of de zorg dat …..’ En wat bleek, de ouders stelden onze eerlijkheid op prijs. Die vonden het juist vervelend dat er steeds achter hun rug om werd gepraat en dat zij niet werden meegenomen.” 

Maaike en Isabelle ervaren in de praktijk dat het aangaan van het eerlijk gesprek vanuit een open houding echt het verschil kan maken. En dat vanuit de dialoog en samenwerking echt stappen kunnen worden gezet in de hulpverlening.

“De vraag is of het wel een ongemakkelijk gesprek moet zijn.”

“Je bent geen detective.”

“Met een vertrouwensband alleen kom je er niet. Je moet de samenwerking hebben.”